Menu
03 juni 2021

Met succes NWA-subsidie aanvragen: een kijkje achter de schermen bij het Multi-STEM-project

Wie onderzoek uitvoert bij de Nationale Wetenschapsagenda weet het: het indienen van een aanvraag is een project op zich. Tijd voor een kijkje achter de schermen bij de voorbereiding van het nieuwste onderzoek van de route Jeugd: naar het benutten van de thuistaal van meertalige kinderen in het Nederlandse onderwijs. Elma Blom (UU) en Jantien Smit (HU) dienden daarvoor samen met andere onderzoekers succesvol een NWA-aanvraag in en bouwden een consortium. “Zo’n aanvraag doe je er niet even bij, dan ben je kansloos.”

“We zijn acht maanden voor de deadline van de eerste ronde begonnen,” vertelt Jantien Smit. Elma Blom vult aan: “Met een klein kernteam dat er 100% voor ging. Met zo’n NWA-aanvraag is het alles of niets, vooral bij een groot en complex onderzoek zoals dit.  Als je denkt dit er even bij te doen, ben je kansloos.”

“Het werd steeds groter”
Het onderzoek bestaat uit drie PhD-projecten, elk gericht op een leercontext: ouders, school en wetenschapsmusea. Daarnaast loopt er een postdoc-project waarin verbindingen tussen leercontexten centraal staan. Bij het totale project zijn inmiddels een flink aantal partners betrokken, waaronder vier schoolbesturen, drie wetenschapsmusea, drie onderzoeks-opleidingsinstellingen en de gemeente Den Haag. Elma: “Het werd steeds groter. Tot we zeiden: nu hebben we de juiste partners om met ons onderzoek verandering in gang te zetten.” Gaandeweg het onderzoek kunnen er wel nog meer partners aanhaken. 

Consortiumpartners:
Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, iPabo Amsterdam, CPS onderwijsontwikkeling en advies, Expertis, Expertisecentrum Nederlands, Malmö University, Stichting Leerplanontwikkeling SLO, Platform Talent voor Technologie, NEMO, Museon, Teylers Museum, Spaarnesant, Voila, Wereldkidz, Zonova, Lund University Dept. of Clinical Sciences, Taal doet meer, Rutu foundation, It’s my child, Al-Amal, Joury, IOT, SARDES, Vereniging voor Science Centers, Lowan, NVORWO, SPRONG consortium, Wetenschapsknooppunt Universiteit Utrecht, gemeente Den Haag, Defence for Children

NWA-eisen
Wie NWA-onderzoek wil doen, moet altijd aangeven op welke scientific én societal breakthrough gemikt wordt. Jantien: “Het was mooi om te merken dat we in het team de behoefte aan maatschappelijke relevantie heel sterk delen.” Een andere belangrijke eis is de inhoudelijke aansluiting bij een bestaande route. Een van de drie onderzoeksthema’s van de route Jeugd is ‘Leren en ontwikkelingen in verschillende contexten’. “Daarom hebben we boundary crossing en drie verschillende leercontexten centraal gesteld in ons onderzoek,” legt Jantien uit. Elma wijst erop dat bij de NWA de hele kennisketen in het consortium moet zitten: “De gemeente Den Haag is er bijvoorbeeld vrij laat bij gekomen. De gemeente kan bij uitstek een rol spelen bij lokale implementatie en disseminatie, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven en lokale initiatieven. Het leek ons goed om ook op dat niveau een partner te hebben.” 

“Dit onderzoek is multidisciplinair en er zijn veel partijen bij betrokken die allemaal raakvlakken hebben met de onderwijspraktijk. Dat is ook nodig, want de brug bouwen tussen onderzoek en praktijk is moeilijker dan we vaak denken. We moeten allemáál de kansen van meertaligheid in leren zien, om elk kind zo goed mogelijk te helpen in zijn ontwikkeling.”
Lotte van der Goot, onderwijsadviseur CPS Onderwijsontwikkeling en advies, praktijkpartner 

Partners from the start
Bij de Nationale Wetenschapsagenda zijn praktijkpartners vanaf het begin mee aan zet. Dus ook bij het formuleren van de onderzoeksvragen. Het onderzoek sluit op die manier echt aan bij de behoefte van de praktijk. Jantien: “Ik heb bijvoorbeeld de onderwijsdirecteur van het Museon gevraagd hoe diversiteit en inclusie speelt in de museumwereld. Hij kwam toen met het idee voor taalbuddy’s: meertalige mbo-kinderen begeleiden basisschoolleerlingen met dezelfde thuistaal.” Elma: “Wij gaan nu onderzoeken of zo’n buddysysteem echt werkt.” Van de praktijkpartners valt trouwens veel te leren, benadrukt Elma: “Er gebeurt al heel veel op dit vlak, dat hebben we ook in het voorstel verwerkt.”

De praktijkpartners zijn ook bij de aanvraag zelf intensief betrokken. Elma: “Ook zij moeten voor de subsidiecommissie verschijnen. Die interviews hebben we van tevoren ook geoefend.” 

Belangen
Op 22 april organiseerde het kernteam een ‘impactbijeenkomst’. “Je moet van tevoren echt scherp hebben wat elke partner denkt dat het op gaat leveren,” volgens Elma. “Tijdens die bijeenkomst bleek gelukkig dat we elkaar kunnen vinden in het hogere doel.” Al vroeg in de voorbereiding organiseerden de initiatiefnemers een partnermeeting: “Ook dat was een cruciale stap, zo vroeg in het proces. Je krijgt dan inzicht in hoe perspectieven en belangen van partners kunnen verschillen. En je kunt inschatten hoeveel waarde de aanvraag heeft voor elke partner.” 

“Laatst kwamen we met alle onderzoekers en praktijkpartners bij elkaar en hebben we nagedacht over de impact die dit project moet gaan hebben. Wij willen onze leerkrachten inzicht geven: waarom en hoe kan die eerste taal versterkend werken? En wanneer focus je juist op het Nederlands als gemeenschappelijke taal? We willen praktische handvatten voor onze school, onderbouwd vanuit de theorie.” 
Jan Baan, leerkracht en opleider bij Zonova, scholenstichting Amsterdam ZO 

Verwachtingen managen
Elma: “Wat ik nog wel lastig vond is dat je met zo’n heel voortraject best hoge verwachtingen kweekt bij partners. Je sleept zo’n heel consortium mee in het proces, terwijl de kans dat het doorgaat echt klein is. Dat heb ik als een last ervaren. Omdat iedereen enthousiast is, met ideeën komt, hoop heeft… maar er kan ook een ‘nee’ komen. Dat heeft wel vaak door mijn hoofd gespeeld. Je communiceert er zo duidelijk mogelijk over, maar toch. Daarom hebben we met de partners besproken hoe we toch kunnen samenwerken, ook als het project niet door zou gaan.” 

Financiering
Jantien: “En dan is er nog het parallelle project van de cofinanciering. Bij de NWA moet je minimaal 10 procent cofinanciering binnenhalen. We waren zó blij dat we cofinanciering kregen voor het derde PhD-project. Daarmee waren die drie leercontexten compleet en hadden we de benodigde financiële basis. Dat was het resultaat van veel bellen en mailen met verschillende partners en vervolgens toezeggingen en steunbrieven regelen. Een enorme organisatorische puzzel, want het zijn veel verschillende partijen.” “En je gaat met elk van hen een persoonlijke relatie aan,” merkt Elma op. 

Uitsmijters!
Elma: “Een idee voor een onderzoeksproject is pas goed als je het heel enthousiast en heel kort uit kunt leggen. Als ik dat niet kan, weet ik dat het nog niet goed is, of dat ik er zelf toch niet voldoende achter sta. Dan is het nog niet ‘rijp’.”

Jantien: “Het indienen van de aanvraag leek een beetje op het indienen van mijn proefschrift. De inspanning, de toewijding, alsof je ‘alles geeft’. Alleen doe je het nu in een heel hecht team. Bij het samenstellen daarvan moet je wel zorgen dat je elkaar ook echt iets te bieden hebt. En dat je elkaars expertise ziet en benut.” 

“Wij zijn partner in dit onderzoek omdat op onze scholen in Amsterdam-Zuidoost meertaligheid gewoon is. We hebben ook nieuwkomersgroepen van kinderen die nog geen Nederlands spreken of begrijpen. Wij zijn op zoek naar manieren om hun eerste taal te gebruiken. En naar manieren om die taal te erkennen en waarderen. Dat is belangrijk voor de identiteitsvorming van onze leerlingen.” 
Jan Baan, leerkracht en opleider bij Zonova, scholenstichting Amsterdam ZO, praktijkpartner 

“Het is echt belangrijk om meertaligheid in een positiever daglicht te zetten. Dat doet dit onderzoek. Ik richt me in mijn werk vooral op ouderbetrokkenheid en dus op de verbinding tussen school en thuis. Die is cruciaal, juist bij meertaligheid.”
Lotte van der Goot, onderwijsadviseur CPS Onderwijsontwikkeling en advies, praktijkpartner 

De thuistaal van meertalige kinderen wordt onvoldoende benut in het Nederlandse onderwijs. De onderzoekers in het Multi-STEM-project willen meertalige strategieën ontwikkelen voor het leren van rekenen én wetenschap en techniek. Deze strategieën helpen ouders, leerkrachten en wetenschapsmusea om participatie van meertalige kinderen te bevorderen. Hierdoor presteren kinderen beter en ervaren zij meer inclusie. Download hier de flyer